Zelfstandig wonen is voor mensen met een zorgvraag soms een spannende stap. Deze stap wordt makkelijker als dat kan in een omgeving waar naar elkaar omkijken normaal is. Het concept gemengd wonen is een manier om dat te realiseren. Tilburg kent nu twee projecten: High Lane (150 woningen) en Kompas op Zuid (96 woningen). Spoedzoekers (Jongeren, starters en doorstromers) wonen er gemixt met bewoners met een zorgachtergrond, die zelfstandig kunnen wonen, maar nog wel wat begeleiding nodig hebben. Het concept is een concretisering van de visie van het samenwerkingsverband SIEM: zo zelfstandig mogelijk leven en deel uitmaken van een netwerk is minstens zo belangrijk als het bieden van individuele zorg.
‘Wonen in een gemengd wonen complex moet een bewuste keuze zijn’, vertellen Karlijn Rosch (Het Werkt) en Malou Deenen (SMO Traverse). ‘Zo voeren we met elke gegadigde een motivatiegesprek. Welke bijdrage denken mensen te leveren en wat komen ze halen? Dat betekent echt niet dat iedereen aan elke activiteit mee moet doen. Wel is het belangrijk dat mensen naar elkaar omkijken, een goede buur zijn en elkaar willen helpen. Als mensen elkaar kennen helpt dat om een stabiele woonsituatie te creëren.’
‘Het sturen op een gemeenschapsgevoel is niet het enige transformatieve in dit concept’, vertelt Malou. ‘Het zit ‘m ook in de organisatie van de ondersteuning. We hebben per complex een team samengesteld dat samen alle zaken regelt. Deze medewerkers hebben vanuit hun organisatie een achtergrond in wonen, welzijn of zorg en leren in deze opzet ook te kijken vanuit de perspectieven van hun collega’s. Zij werken echt samen en zijn voor de bewoners één team. De beheerdersrol vanuit de woningbouwvereniging (TIWOS en TBV Wonen) en de rol van de zorgprofessionals (Prisma, RIBW en SMO Traverse voor Kompas op Zuid en Amarant, Jados, Exodus en Het Werkt voor High Lane) zijn bekende rollen. Nieuw is de rol van community builder (Contour de Twern), die helpt het welzijn van de bewoners te bevorderen en de gemeenschap op te bouwen. Daarnaast zijn zorgprofessionals gewend voor een eigen specifieke doelgroep te werken, maar ze doen het hier samen. Schotten bestaan binnen dit team niet.’
Karlijn vult aan: ‘Zo is er het voorbeeld van de beheerder die merkte dat een bewoner zijn woning dreigde te verwaarlozen. Hij vroeg een collega-zorgprofessional eens langs te gaan. Met wat gesprekjes en tips kreeg deze bewoner zijn zaakjes weer prima op orde. Daarmee is er een probleem voorkomen en hoeft er geen individueel zorgtraject te worden gestart. Het team is makkelijk aanspreekbaar. Bewoners schieten bijvoorbeeld een zorgprofessional even op de gang aan en kunnen met een paar tips weer verder.’
Geen bezuiniging
‘Het concept leidt tot meer welzijn voor de bewoners en voorkomt problemen’, stelt Malou. ‘Toch is het zeker geen bezuiniging. Op korte termijn vraagt het zelfs extra investeringen, bijvoorbeeld voor de community builder. Maar we zijn ervan overtuigd dat deze aanpak preventief werkt en dat we daardoor op de lange termijn slimmer en efficiënter met de beschikbare mensen en middelen omgaan. Daarnaast past het bij de ambitie in deze regio om ook kwetsbare mensen een volwaardige plek in de samenleving te geven.’
Ervaringen
De bewoners zijn over het algemeen positief, zo vertellen Karlijn en Malou. Al blijkt dat de verwachtingen daarbij belangrijk zijn. Mensen die echt verwachten alles met 150 bewoners te doen zijn soms teleurgesteld. Anderen die zich meer richten op kleine contacten en elkaar af en toe helpen zijn juist heel tevreden. Karlijn vult aan met een voorbeeld: ‘Zo is er vanuit bewoners veel vraag naar bijeenkomsten om elkaars problemen te leren kennen, en dan met name over de vraag hoe anderen daarmee om kunnen gaan. Dat willen ze omdat het meer inzicht geeft en de mogelijkheid biedt echt te helpen.’ Malou vult aan: ‘Een bewoner had een nacht overlast veroorzaakt. Maar omdat de bewoners hem kennen, kwamen er geen klachten, maar attenties en belangstellende vragen als “Hoe gaat het nu?”. Dit is het gemeenschapsgevoel dat we graag zien’.
Tips
De ervaringen in het eerste jaar zijn positief. Het concept is succesvol gebleken en zeker bruikbaar in de regio. Ook op kleinere schaal, als dat bijvoorbeeld beter past in een gemeente. Malou en Karlijn geven nog enkele tips mee:
- ‘Investeer als initiatiefnemers in een gemeenschappelijke visie. We hebben als initiatiefnemers echt de tijd genomen een heldere visie te formuleren en elkaars taal en aanpak als woningbouw-, zorg- en welzijnsorganisatie te begrijpen. Dat gaf in het begin wrijving, maar heeft verderop in het traject echt geholpen.
- Koppel de visie aan de uitvoering en help de medewerkers daarbij. Het is echt anders werken in deze opzet. Geef het team tijd om dit met elkaar te ontdekken, maar bewaak wel de uitgangspunten.
- Laat het ontstaan. Geef bewoners de ruimte om zelf te ontdekken wat bij hen past. Stimuleer dat, maar schrijf niet voor.’
Voor meer informatie, neem contact op met Malou Deenen of Karlijn Rosch.















