Onze regio heeft forse ambities op het gebied van woningbouw, mobiliteit en economische ontwikkeling. Hoe houden we die ambities realistisch als ons elektriciteitsnet vol zit en energie schaars(er) wordt? Het ‘Regionaal Energieperspectief Hart van Brabant’ moet daar richting aan geven. Jeroen van den Bosch, wethouder in Heusden en voorzitter van de Stuurgroep REKS, licht toe waarom en hoe dit perspectief onze regio helpt.
Toen in 2021 de Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS 1.0) werd vastgesteld, waren de klimaatdoelstellingen nog de primaire drijfveer voor de energietransitie. Inmiddels zijn we ingehaald door de geopolitieke realiteit en de grenzen van ons elektriciteitsnet. “Op 2 juni 2022, mijn tweede dag als wethouder, kreeg ik te horen dat we met een stevig netcongestieprobleem zaten”, blikt Van den Bosch terug. “Daarna zagen we door de oorlog in Oekraïne ook nog hoe kwetsbaar we zijn als we afhankelijk zijn van één energiebron. Die ontwikkelingen hebben ons gedwongen anders naar het energiesysteem te gaan kijken en om sneller en creatiever naar oplossingen te zoeken.”

Lees ook: Hart van Brabant stelt Regionaal Energieperspectief op.
Een robuuste energiemix voor 2050
Het Regionaal Energieperspectief schetst de kaders voor het energiesysteem van 2050. Volgens Van den Bosch is die lange termijn nodig, maar weten we tegelijkertijd nog niet welke route we daarvoor moeten afleggen. “De weg naar 2050 is geen rechte lijn. We zullen de komende jaren nog volop hobbels tegenkomen, waarvan netcongestie momenteel de grootste is, maar dit perspectief helpt ons om ons doel in 2050 scherp te houden.”
Wat het perspectief wel al laat zien, is dat we niet simpelweg alles kunnen elektrificeren. Om het energiesysteem robuust te maken, is een brede waaier aan energiedragers nodig: naast elektriciteit zijn dat bijvoorbeeld warmte, waterstof en groen gas. Van den Bosch legt uit waarom die spreiding belangrijk is: “Afhankelijkheid van één bron maakt ons kwetsbaar. We moeten daarom per gebied kijken welke energiedrager het beste past bij de specifieke behoefte. Hoge temperaturen voor de zware industrie lenen zich bijvoorbeeld goed voor waterstof, terwijl we voor de gebouwde omgeving veel meer moeten inzetten op warmtenetten.”
Aandacht voor energie in de ruimte
Een andere uitdaging, naast netcongestie, is de ruimtelijke inpassing. Energie vereist steeds meer ruimte, zowel boven als onder de grond. “Je kunt elke euro maar één keer uitgeven, maar dat geldt ook voor elke vierkante meter,” benadrukt de wethouder.
Hij noemt een voorbeeld uit zijn eigen gemeente. “Als we in een bestaande wijk aan de slag gaan en alles elektrificeren, moeten er misschien wel 250 nieuwe transformatorkasten geplaatst worden. Die nemen enorm veel ruimte in, en daar kunnen dan geen woningen, speeltuinen of parken terechtkomen. Als je dat slimmer aanpakt, bijvoorbeeld door te investeren in een collectief warmtenet, heb je veel minder van die kasten nodig en houd je meer ruimte over voor voorzieningen. Energie moet aan de voorkant van ruimtelijke projecten worden meegenomen als ordenend principe. Dat doen we nu nog onvoldoende, ook landelijk.”
Gedrag en ‘netbewust’ bouwen
Een van de pijlers in het Regionaal Energieperspectief is ‘netbewust’ handelen en bouwen. Dat gaat bijvoorbeeld om slim laden of de inzet van batterijopslag, maar ook om de energievraag spreiden en energievraag- en aanbod beter afstemmen. Vanuit zijn achtergrond in de gedragswetenschappen ziet Van den Bosch hier een duidelijke taak voor de regio. Mensen en bedrijven passen hun gedrag volgens hem aan als daar een prikkel tegenover staat, bijvoorbeeld een financieel voordeel.
Toch is dat volgens de wethouder niet altijd voldoende. “Mensen willen graag een eigen keuze hebben. Maar soms heb je ook een ‘standaard’ nodig: de norm stellen dat we het in deze regio gewoon op een bepaalde manier doen, en daar heb je je toe te verhouden. Als regio kunnen wij daarvoor kaders en ‘nudges’ ontwikkelen. Bijvoorbeeld heldere richtlijnen voor ontwikkelaars over hoe je in Hart van Brabant netbewust bouwt, hoe je lokaal opwekt en hoe je laadpalen slim instelt. Daarmee helpen we de markt op weg.”
Regionaal samenwerken en lokaal initiatief nemen
De energietransitie stopt niet bij de gemeentegrenzen. Samenwerking met netbeheerders Enexis en TenneT, maar ook met de provincie en aangrenzende regio’s, is noodzakelijk. Door regionaal onze eigen prioriteiten in woningbouw en bedrijventerreinen goed in kaart te brengen, kunnen we netbeheerders helpen om gerichtere keuzes te maken over waar zij het elektriciteitsnet als eerste verzwaren. Tegelijkertijd waarschuwt Van den Bosch voor vertraging. Hoe groter en complexer het energiesysteem wordt, hoe groter het risico dat partijen op elkaar gaan wachten. Dan stagneert ook de woningbouw en kunnen bedrijven niet groeien en verduurzamen.
Zijn oproep aan alle raadsleden en colleges in de regio is dan ook helder: wees niet bang om het voortouw te nemen. “Energie is geen bijzaak meer, het is leidend. En ja, het is een ingewikkelde puzzel. Dat vraagt om lef om toch stappen te zetten en lokaal het initiatief te nemen. Daarbij gaan we vast hobbels tegenkomen, maar daar leren we van voor volgende projecten. Gebruik in ieder geval dit energieperspectief als leidraad bij alle ruimtelijke besluiten die je neemt de komende jaren.”
Het Regionaal Energieperspectief Hart van Brabant is hier te lezen. Of kijk voor meer informatie over de Regionale Energie- en Klimaatstrategie op regio-hartvanbrabant.nl/REKS.















