1. Aanleiding en doel

In Regio Hart van Brabant wordt gewerkt aan een nieuwe, integrale inkoopstrategie voor het sociaal domein. De gemeenten Waalwijk en Loon op Zand hebben aangegeven om net als afgelopen periode, niet gezamenlijk in te willen kopen op het onderdeel Wmo begeleiding. Die inkoopstrategie is gericht op samenhang tussen jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning en participatie. We willen het aanbod nog beter op elkaar afstemmen. Ook willen we de kosten beheersen en daarmee de enorme extra uitgaven voor zorg terugdringen. Dat doen we graag samen onze zorgaanbieders.

Sinds 2015 hebben de gemeenten meer verantwoordelijkheden op het vlak van maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en participatie. Inmiddels zijn we zes jaar verder. In die jaren hebben de gemeenten hun visie aangescherpt en belangrijke inzichten opgedaan.
We richten ons nog meer op de kracht van preventie en steun in het gewone dagelijks leven. Soms individueel en soms voor groepen inwoners. Inwoners die het nodig hebben krijgen passende ondersteuning. De mogelijkheden vanuit de eigen omgeving en de sociale basis ondersteunen we hierbij zoveel mogelijk. We zien een groot en complex veld met veel aanbieders, waarbij veel inwoners gebruik maken van meerdere voorzieningen in verschillende domeinen. Ook zien we de totale kosten oplopen, met name voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. Dit leidt tot miljoenentekorten op de gemeentebegrotingen. Om de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden moet het anders.

We willen goede zorg en ondersteuning, die toegankelijk is voor wie die zorg nodig heeft en die betaalbaar is voor de gemeenten. Inwoners die gebruik maken van meerdere voorzieningen moeten geen last hebben van verschillende loketten of schotten in de regelgeving. Een andere manier van inkopen moet bijdragen aan een samenhangend en toegankelijk aanbod dat betaalbaar is.

Hoe we de inkoop van zorg precies vorm gaan geven is nog niet bepaald. Mede aan de hand van oplossingsgerichte gesprekken met aanbieders willen we tot uitwerking komen van uitgangspunten die door de gemeenten worden bepaald. Daartoe worden de zorgaanbieders van harte uitgenodigd om met ons mee te denken. Een aanzet tot de huidige denkrichting is onderstaand weergegeven. In diverse online ontmoetingen worden zorgaanbieders op de hoogte gebracht van waar we staan in het proces, wat we wel en niet weten op dit moment. Minstens zo belangrijk is dat we graag met aanbieders van het identificeren van problemen en uitdagingen ook daadwerkelijk komen tot het realiseren van oplossingen.

2. Welke gemeenten doen mee

Op dit moment loopt de besluitvorming over de uitgangspunten voor de nieuwe inkoop sociaal domein nog volop in de verschillende regiogemeenten. De samenwerking van de regiogemeenten is in 2020 als volgt:

  • maatschappelijke ondersteuning voor Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Heusden, Hilvarenbeek, Oisterwijk, Tilburg (voor beschermd wonen aangevuld met Loon op Zand en Waalwijk);
  • jeugdhulp voor Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Heusden, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk;
  • participatie lokaal en subregionaal.

3. Uitgangspunten

Voor de nieuwe inkoop zijn zes uitgangspunten benoemd:

4. Globale planning

De globale planning van het project als geheel ziet er als volgt uit:



Let op: Zorgaanbieders worden via meerdere inkoopprocedures gecontracteerd, toegesneden op de verschillende vormen van zorg. De globale planning is daarom slechts indicatief. De precieze planning per inkoopprocedure en de inhoud daarvan wordt in de inkoopdocumenten beschreven, die bij de betreffende inkoopprocedures gepubliceerd worden.

5. Samenvattend overzicht

In de bijlagen zijn praatplaten te vinden van de segmenten en de gewenste ontwikkeling per segment. Deze praatplaten worden in de hoofstukken hieronder kort toegelicht. Aan de praatplaten en aan de teksten hieronder kunnen geen rechten worden ontleend.

6. Toelichting inkoop jeugdhulp

In 2020 kregen 7118 kinderen en jongeren ambulante jeugdhulp of dagbesteding, van 130 aanbieders, voor een totaalbedrag van 59,4 miljoen euro. Daarnaast verbleven 481 kinderen en jongeren in een instelling, bij 30 aanbieders, voor een totaalbedrag van 24,4 miljoen euro. We kopen in voor vier segmenten: specialistische zorg, wonen, dagbehandeling/ dagbegeleiding/ dagopvang, en veelvoorkomende zorg. Hieronder wordt de inkoopstrategie per segment toegelicht.

Specialistische zorg
Hierbij gaat het om langdurige en zware zorg voor een kleine groep. Deze specialistische zorg is nodig voor gezinnen met zeer zware problemen op meerdere terreinen (gezin, school, welzijn, gezondheid enzovoort) en voor jeugdigen met een psychische of psychiatrische aandoening of een licht verstandelijke beperking. Juist deze kwetsbare groep heeft een op maat gemaakte aanpak nodig, met aandacht voor alle domeinen.
Van de aanbieders wordt verwacht dat ze de verantwoordelijkheid voor deze doelgroep nemen en een integraal behandelaanbod leveren. Samenwerking tussen de aanbieders en de regiogemeenten is essentieel. Dat lukt alleen als er minder aanbieders zijn. We vragen daarom aan aanbieders om in samenwerking te opereren. Deze aanbieders moeten zich bewezen hebben in de hoogspecialistische zorgverlening en ze moeten elkaar aanvullen. Deze aanbieders leveren in dit segment samen alle zorg voor de doelgroep, via taakgerichte bekostiging. Dat geeft duidelijkheid voor de aanbieders en de gemeenten. Er komt een eenduidige definitie van de doelgroep. De toegang (gemeentelijk en gecertificeerde instelling) doet de vraaganalyse en bepaalt wie in aanmerking komt voor dit segment. De toegang verzorgt de coördinatie voor het hele sociaal domein (dus in afstemming met andere wetten). Daarbij komt er een uniforme werkwijze voor de toegang in de hele regio. De aanbieder bepaalt de zorg. De geselecteerde aanbieders krijgen een contract voor 4 jaar. Aanbieders die afvallen, kunnen lopende zorgtrajecten afronden tot het einde van de looptijd van de verwijzing of uiterlijk 31-12-2022.

Wonen
Hierbij gaat het om pleegzorg, gezinshuizen en innovatieve woonvormen. Deze zorg is nodig voor jeugdigen die niet thuis kunnen wonen. Wonen is net als de specialistische zorg (zie hierboven) een vorm van verblijf. Maar specialistische zorg duurt relatief kort en wonen is vaak gericht op langdurigheid. Pleeggezinnen blijven belangrijk. Daarnaast willen we innovatie bereiken door passende woonvormen (zoals gezinshuizen, kleinschalig en prikkelarm). Uithuisplaatsingen worden zoveel mogelijk voorkomen. Is thuis wonen niet mogelijk? Dan moet het wonen ‘zo thuis mogelijk’ zijn. De bekostiging wordt inspanningsgericht, met dagtarieven per woonvorm (P x Q). De toegang krijgt een coördinerende rol om in een vroegtijdig stadium het netwerk of systeemgerichte hulp in te zetten om uithuisplaatsingen te voorkomen. De toegang zorgt in samenwerking met aanbieders in dit segment voor passende plaatsing en beschikking. De jeugdige wordt in één keer in de juiste woonvorm geplaatst. We willen een beperkt aantal aanbieders, die jongeren snel kunnen plaatsen, en die innovatieve en diverse woonvormen ontwikkelen. Om uitstroom uit het specialistisch segment op te vangen moet de capaciteit flexibel zijn. De geselecteerde aanbieders krijgen een contract voor 4 jaar.

Dagbehandeling, dagbegeleiding en dagopvang
Het gaat om behandeling en begeleiding in groepsvorm van jonge kinderen met een opvoed- en opgroeivraag of beperking. Dit is gericht op observatie en behandeling van jonge kinderen, of het gaat om naschoolse of schoolvervangende hulp. De doelgroepen die dagbehandeling -en begeleiding nodig hebben zijn divers van aard. De kosten van de verschillende vormen van daghulp verschillen ook. We gaan de verschillen nader in beeld brengen, zodat de verschillende toegangen gerichter kunnen doorverwijzen.
Daarnaast bestaat dagopvang om het gezin te ontlasten (alleen als het sociaal netwerk of kinderopvang geen oplossing biedt). Hiervoor bestaan twee vormen: kinderopvang(+) en respijtzorg. Voor kinderopvang (+) krijgen gemeenten geen financiering. We willen dit buiten de specialistische jeugdhulp inkopen, tegen een passende (lagere) financiering, met eventueel een bijdrage van ouders zoals ook bij reguliere kinderopvang geldt. Als op termijn de verantwoordelijkheid van kinderopvang(+) bij het speciaal onderwijs wordt neergelegd, kan de overgang makkelijker plaatsvinden.
We willen voorlopig inspanningsgericht bekostigen (P x Q), en daarbij de uitkomsten van pilots meenemen. Geselecteerde aanbieders krijgen een contract van 2 jaar met een optie tot verlenging. We gaan het passende aanbod per doelgroep inzichtelijk maken voor de toegang. En de rol van schoolmaatschappelijk werk/jeugdarts in relatie tot de toegang verder uitwerken.

Veelvoorkomende zorg
Hierbij gaat het om veel voorkomende ambulante zorg voor jeugdigen met enkelvoudige of kortdurende problemen. Zoals individuele begeleiding, enkelvoudige behandeling, dyslexie en poliklinische behandeling. Veelal voor jongeren met GGZ-problematiek, opvoedproblemen of een licht verstandelijke beperking. De hoeveelheid zorg in dit segment groeit. We willen deze groei inperken door zoveel mogelijk te normaliseren en jeugdhulp in te zetten dichtbij de omgeving van de jeugdige. Het onderscheid tussen begeleiding en behandeling moet beter in beeld worden gebracht, zodat de toegang scherper kan toewijzen. Verwijzingen verlopen vaak via huisartsen. De uitrol van de Praktijk Ondersteuner Huisartsenzorg voor de Jeugd (POH Jeugd), die per gemeente loopt, is van groot belang. De POH’s richten zich nu op geestelijke gezondheidszorg, maar uitbreiding met licht verstandelijke beperkingen en jeugd- en opvoedhulp is wenselijk. Verder willen we toewerken naar een overzichtelijk zorglandschap met minder aanbieders. Daarbij zou op termijn een samenwerkingsverband per gemeente/verzorgingsgebied alle zorg in dit segment moeten dekken. De bekostiging wordt naar verwachting resultaatgericht of inspanningsgericht (P x Q). De contractduur is nog nader te bepalen.

7. Toelichting inkoop participatie

Bij de inkoop dagbesteding vanuit de Wmo en de inkoop van beschut werk vanuit de Participatiewet zien we veel gemeenschappelijke kenmerken. De faciliteiten lijken vaak op elkaar en de doelgroepen liggen in elkaars verlengde. Bij de inkoop 2022 willen we hier meer samenhang in brengen, zowel in visie als in uitvoering. Er komt meer aandacht voor werk bij klanten die nu vooral vanuit de zorgkant benaderd worden. Concreet vertaald leidt dat tot de volgende wijzigingen voor 2022:

  • Dagbesteding voor het merendeel van de klanten wordt uit de inkoop Wmo begeleiding en Wmo Beschermd Wonen gehaald en via een afzonderlijke regionale inkoop Dagbesteding in de markt gezet;
  • De dagbesteding voor ouderen (67+) en mensen met zware beperkingen blijft onderdeel van de inkoop Wmo begeleiding. Naast zorgaanbieders kunnen ook werkbedrijven hier op inschrijven. Daarnaast is het voorliggend veld belangrijk voor deze groep;
  • De doelen bij de inkoop Dagbesteding worden meer gelijkgetrokken met de doelen bij de inkoop participatie van de deelnemende gemeenten (voor Tilburg: TiiP) en de landelijke richtlijnen dagbesteding GGz;
  • De financiering voor Dagbesteding wordt gebaseerd op P x Q. Daarvoor zijn 2 argumenten. Er is behoefte aan een andere financieringsvorm omdat de huidige arrangementsbekostiging onvoldoende relatie heeft met de werkelijke kosten. En bij de inkoop Participatie wordt ook gewerkt met P x Q waardoor de aansluiting gemakkelijker wordt;
  • Aanbieders voor Dagbesteding moeten laten zien dat ze klanten naar werk of beschut werk kunnen toeleiden, bijvoorbeeld via samenwerking met een werkbedrijf;
  • Samenwerkingen tussen werkbedrijven en zorgpartijen worden gestimuleerd;
  • We onderzoeken hoe de toeleiding naar dagbesteding meer kan aansluiten bij de toeleiding naar participatie-instrumenten. Bijvoorbeeld door het uitvoeren van arbeidsdeskundig onderzoek om te bekijken wat de beste match is voor de klant (dagbesteding, vrijwilligerswerk, beschut werk enz.).

8. Toelichting inkoop Wet maatschappelijke ondersteuning

In 2020 kregen in de Regio Hart van Brabant 7600 cliënten begeleiding van 94 aanbieders, voor een totaalbedrag van 40,4 miljoen euro. Daarnaast maakten 1060 cliënten gebruik van beschermd wonen, bij 28 aanbieders, voor een totaalbedrag van 49,1 miljoen euro. Persoonsgebonden budgetten zijn hier buiten beschouwing gelaten.
De inkoop betreft de Wmo-segmenten beschermd wonen, dagbesteding en begeleiding (hulp bij het huishouden blijft buiten beschouwing). Hieronder worden deze segmenten verder uitgewerkt.

Beschermd wonen
Wmo beschermd wonen wordt regionaal ingekocht. Niet langer via centrumgemeente Tilburg maar door de negen gemeenten samen. We willen een partnerschap met een beperkt aantal aanbieders, waar we afspraken mee maken over kwaliteit, innovatie en doorstroming. Voor de meest kwetsbare doelgroep in de Wmo is flexibiliteit belangrijk. Taakgericht inkopen voorziet hierin doordat de aanbieder de vrijheid èn verantwoordelijkheid geboden wordt om steeds tot een juiste afweging te komen. Binnen de Taakgerichte variant wordt gekozen voor Lumpsumfinanciering. Door te werken met van te voren afgesproken budget ontstaat grip op de financiën. Van zorgaanbieders wordt verwacht dat zij inzetten op zoveel als mogelijk zelfstandig wonen met ambulante begeleiding/begeleid zelfstandig wonen en actief bijdragen aan het programma Weer Thuis. Er wordt gezorgd voor een goede regionale spreiding van de voorzieningen. Mensen worden zo min mogelijk uit de eigen omgeving gehaald. Voorwaarde is dat zorgaanbieders minimaal 24 cliënten met een indicatie voor beschermd wonen kunnen bedienen binnen de regio Hart van Brabant.

Dagbesteding
Dagbesteding wordt ingekocht door 7 gemeenten: Heusden, Oisterwijk, Dongen, Gilze-Rijen, Goirle, Hilvarenbeek en Tilburg. Wmo dagbesteding bevat alleen de dagbesteding die gericht is op collectieve hulp voor ouderen (67-plus) gericht op stabiliteit c.q. verlichting van de druk op mantelzorgers. Hiervoor kiezen we voor een P x Q financiering.
Voor overige doelgroepen willen we meer samenhang tussen Wmo dagbesteding en beschut werk uit de Participatiewet. Zie beschrijving onder participatie in hoofdstuk 7.

Begeleiding
Wmo begeleiding wordt ingekocht door 7 gemeenten: Heusden, Oisterwijk, Dongen, Gilze-Rijen, Goirle, Hilvarenbeek en Tilburg. De begeleiding die we inkopen richt zich niet op kortdurende enkelvoudige vragen of vragen die binnen de sociale context opgelost kunnen worden. We willen de inkoop laten aansluiten op de indeling van de huidige toegangen (6 voor Tilburg en 1 voor elke andere gemeente). Totaal 12 gebieden of in inkooptermen percelen. Per gebied willen we het liefst kiezen voor één aanbieder of één samenwerkingsverband van aanbieders die alle begeleiding in dat gebied bieden, waardoor we per gebied goede afspraken kunnen maken over samenwerking en verantwoordelijkheden. We kiezen per wijk voor aanbieders die werken met een mix van goed opgeleid personeel dat in principe alle vragen in het gebied aan kan. Ideaal gesproken gaat het om een mix grote en kleine organisaties die een sterke binding hebben met het gebied en het gebied en inwoners goed kennen. Voor bijzondere diensten kunnen er afspraken gemaakt worden over de uitvoering daarvan in onder-aanneming. De begeleiding wordt in principe zonder beschikking geleverd. We streven naar een lumpsum bekostiging per gebied. De toegang bepaalt of begeleiding nodig is, maar de zorgaanbieder bepaalt het plan van aanpak. We streven naar contracten met een minimale looptijd van 4 jaar, met de mogelijkheid om 2 x 2 jaar te verlengen. We bespreken de resultaten en bewaken de kwaliteit door inzet van contractmanagement waarbij we ervaringen van burgers betrekken.

9. Relevante documenten

Hieronder staan de presentaties die zijn gehouden tijdens de informatiebijeenkomsten met zorgaanbieders jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. Later komen op deze plek de veel gestelde vragen en antwoorden erbij.

10. Inkoopdocumenten en procedure

Over enige tijd komt hier een link naar de inkoopdocumenten voor:

  • Jeugdhulp
  • Participatie
  • Wet maatschappelijke ondersteuning.