We hebben in onze regio te maken met twee ‘veranderingen’: allereerst moeten we van de Nederlandse overheid over op volledig duurzame energie. Dat betekent dat we voor het verwarmen van onze woningen over moeten stappen op een alternatief voor aardgas, en dat we onze elektriciteit duurzaam gaan opwekken.

Tegelijkertijd zorgt klimaatverandering nu al voor extremer weer. Denk aan langere en hetere zomer en heviger neerslag. Daar moeten we onze omgeving op aanpassen. Dat gebeurde eerder al met bijvoorbeeld het project ‘ruimte voor de rivier’, maar ook nu wordt nog over oplossingen nagedacht. Zo denken we na over het voorkomen van hittestress in steden, het langer vasthouden van regenwater en het aanleggen van een aparte riolering voor regenwater (‘blauwe aders’). 

Beide veranderingen hebben grote invloed op onze werk- en leefomgeving. Door de energietransitie en klimaatadaptatie tegelijk te doen, creëren we koppelkansen. Zo richten we in één keer een toekomstbestendig landschap in voor de komende decennia en laten we de natuur winnen.

Vragen over de REKS in Hart van Brabant

Wat staat er (niet) in de REKS?

In de REKS staat hoe wij willen zorgen voor een toekomstbestendige regio, met respect voor mens en natuur. We brengen in kaart hoe en waar we energie kunnen besparen en duurzaam kunnen opwekken. Ook staat erin welke mogelijkheden er zijn voor het duurzaam verwarmen van onze huizen en hoe we onze omgeving kunnen aanpassen aan het veranderende klimaat. Daarbij denken we na over hoe we als regio de uitvoering aan kunnen pakken.

De REKS is echter een strategie ‘op de grote lijnen’. Wat niet in de REKS staat, is waar, wanneer en hoe de strategie precies wordt uitgevoerd. Je leest er dus niet terug waar precies een windmolen terecht komt of hoe groot een zonnepark precies wordt. De daadwerkelijke uitvoering van de strategie is uiteindelijk aan de afzonderlijke gemeenten.

Waarom werken we als regio samen?

Er is veel variatie in onze regio, zowel door de natuur als ook door de bebouwing. In de zuidelijke gemeenten hebben we de hoge zandgronden, en in het noorden de laaggelegen moerasgronden en rivieren. De beek- en dalstromen lopen daar dwars doorheen. Daarbij hebben we dichtbevolkte gebieden als Tilburg en Waalwijk, maar ook dunner bevolkte gemeenten als Heusden en Hilvarenbeek.

We hebben verder te maken met industrie, vliegvelden, landbouwgronden, (snel)wegen, recreatiegebieden en natuur. Bovendien liggen er al netwerken waar we gebruik van maken. Soms is dat zichtbaar boven de grond (de hoogspanningsleiding en transformatorhuisjes), maar vaak is het niet zichtbaar, zoals bij het warmtenet.

Bovendien zijn de gemeenten afhankelijk van elkaar. Als de zuidelijke gemeenten regen- en grondwater bijvoorbeeld beter vast weten te houden, hebben de landbouwgronden in het noorden daar tijdens droge periodes voordeel van.

Al die zaken maken dat geen twee plekken in de regio hetzelfde zijn, en dat niet elke gemeente dezelfde mogelijkheden (en wensen) heeft voor verduurzaming. Duurzaamheid en klimaat houden echter niet op bij de gemeentegrens. Door samen te werken en elkaar te helpen, kan elke gemeente een steentje bijdragen aan de energie- en klimaatopgave. Bovendien kunnen we zo de beste keuzes maken voor mens, dier en milieu.

Wie werken er mee aan de RE(K)S?

Binnen de regio’s werken gemeenten, provincie en waterschappen samen met stakeholders aan een Regionale Energiestrategie (RES) of -in Hart van Brabant- een Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS). Zo zijn ook landschapsarchitecten, natuurorganisaties, lokale energiecoöperaties, woningcorporaties en netbeheerder Enexis betrokken bij de REKS.

De RE(K)S is dus een regionale strategie, maar wordt landelijk gecoördineerd. Het rijk heeft namelijk als doel gesteld dat alle RE(K)S’en samen tot 2030 35 terawattuur aan duurzame energie opwekken. Daarom legt het rijk in de zomer van 2020 alle RE(K)S’en naast elkaar en kijkt of de regionale ideeën genoeg zijn voor de landelijke opgave. Als er nog een restopgave is, dan krijgen de regio’s de opdracht om hun strategie alsnog aan te passen.

Is het verplicht voor gemeenten om mee te doen?

De negen gemeenten binnen de Regio Hart van Brabant en de gemeente Haaren hebben met elkaar afgesproken dat ze als één gemeente samenwerken en zich ook committeren aan de inhoud van het REKS-bod. Uiteindelijk moet binnen elke gemeente wel nog door de gemeenteraad worden ingestemd met de plannen.

Levert elke gemeente dezelfde bijdrage?

We pakken de energietransitie en klimaatadaptie als regio aan, maar niet elke gemeente heeft dezelfde wensen en mogelijkheden voor de grootschalige opwek van duurzame energie en aanpassing aan klimaatverandering. Daarom kijken we in de REKS hoe elke gemeente een reële, haalbare bijdrage kan leveren aan de regionale opgave.

Dat betekent dat gemeenten die bijvoorbeeld geen windmolens kunnen plaatsen vanwege aanvliegroutes van vliegvelden, juist inzetten op zonne-energie. In gebieden waar nu nog geen goede infrastructuur ligt voor windmolens of zonneparken, werken we eerst aan nieuw bosgebied. Zodra het netwerk na 2030 wel voldoet, dan kan daar alsnog gestart worden met het plaatsen van windmolens of zonneparken. Kortom, elke gemeente levert een belangrijke bijdrage aan de opgave, die is afgestemd op de kansen en wensen die daar spelen.

Hoe ziet de RE(K)S-besluitvorming er uit?

De RE(K)S wordt gemaakt door de gemeenten, waterschappen en provincies die samenwerken in een energieregio (zoals Hart van Brabant), maar uiteindelijk dienen alle bestuursleden en volksvertegenwoordigers akkoord te gaan met de plannen.

Afgesproken is dat de colleges van de gemeenten, het dagelijks bestuur van de provincies en het dagelijks bestuur van de waterschappen stemmen over het concept-bod dat in juni 2020 bij het rijk wordt ingediend. De gemeenteraden, gedeputeerde staten en het algemeen bestuur van de waterschappen worden wel geïnformeerd, maar hoeven nog niet te stemmen over de REKS.

Over het definitieve bod-REKS, dat in 2021 klaar is, moet door alle volksvertegenwoordigers gestemd worden. Omdat het belangrijk is om voldoende draagvlak te creëren, worden de raadsleden van de gemeenten, gedeputeerden van de provincie en algemene bestuursleden van de waterschappen ook nu al betrokken bij het proces. Dat gebeurt tijdens de regionale radenavond op 12 februari, maar de bestuurders doen dit ook lokaal.

Wat is de rol van de gemeenteraad binnen de REKS?

De REKS wordt op regioniveau ontwikkeld, maar de Regio Hart van Brabant heeft geen zogenaamde beslissingsbevoegdheid. Dat betekent dat alle gemeenten zelf de plannen moeten goedkeuren via het ‘gemeentelijke besluitvormingsproces’. Ook de gemeenteraad heeft hierin dus een rol en dient akkoord te gaan met de plannen die in de REKS staan.

Over het definitieve bod-REKS, dat in 2021 klaar is, moet in alle gemeenten gestemd worden. Het bod dat in juni 2020 wordt ingediend bij het rijk is een concept-bod, waaraan de raden formeel geen goedkeuring hoeven te geven. Toch vinden we het belangrijk om de raadsleden nu al te betrekken bij de plannen, om draagvlak te creëren maar ook omdat we verwachten dat het definitieve bod niet wezenlijk anders zal zijn dan het concept-bod. Dat is ook de reden dat de Radenavond op 12 februari volledig in het teken zal staan van de REKS.

Hoe ziet de REKS-planning er uit?

De RE(K)S-planning ziet er in grote lijnen voor alle regio’s hetzelfde uit (zie ook de afbeelding). In de periode tot juni 2020 ontwikkelen alle regio’s een concept-bod REKS, dat zij indienen bij het rijk. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) rekent de plannen vervolgens door en kijkt onder andere of zij samen komen tot de gestelde 35 terawattuur aan duurzame energie.

In oktober 2020 is de restvraag bekend en weten de regio’s of hun RE(K)S voldoet of dat er nog extra plannen in moeten worden opgenomen. Aan de hand daarvan maken de regio’s een definitief bod REKS, dat in maart 2021 wordt vastgesteld. Dan start ook de verwerking van de strategie in het omgevingsbeleid. Vanaf 2025 gaan de plannen van de RE(K)S’en echt worden uitgevoerd.

In de periode van maart 2020 tot juni 2020 vindt de lokale besluitvorming plaats. Dat betekent dat colleges, het dagelijks bestuur van de provincies en het dagelijks bestuur van de waterschappen de volksvertegenwoordigers dienen te informeren over de plannen.

Hoe verhoudt de REKS zich tot de andere RES’en?

Wij zijn niet de enige regio die werkt aan een regionale energiestrategie. De dertig regio’s in Nederland maken elk hun eigen RES, die in juni 2020 worden ingediend bij het rijk. Samen hebben we als doel op 35 terawattuur aan duurzame energie op te wekken in 2030. Onze regio heeft besloten hiervan 1 terawattuur voor haar rekening te nemen. Daarmee leveren we een reële en haalbare bijdrage aan de energietransitie.

Nadat alle RES’en en onze REKS zijn ingediend bij het rijk, gaat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de plannen doorrekenen. In het najaar van 2020 is bekend of alle plannen het landelijke doel dekken of dat er een ‘restopgave’ is. Dan horen de regio’s ook of zij nog een extra inspanning moeten doen.

Wie betaalt de REKS?

We proberen zoveel mogelijk werk met werk te maken. Daarom is ook gekeken naar mogelijke koppelkansen. Daarnaast kijken we naar marktpartijen en maatschappelijke organisaties. Het mooie van projecten gericht op grootschalige, duurzame opwek, is uiteindelijk dat het geld kan opleveren in plaats van kosten.

Het ontwikkelscenario: kansen voor wind- en zonne-energie

In het concept-bod dat de regio in juni 2020 naar het rijk stuurt, staan ideeën over de mogelijkheden die onze regio heeft voor de grootschalige opwek van duurzame energie. Om tot een concreet voorstel te komen, is een ontwikkelscenario gemaakt. Dit scenario is op een aantal uitgangspunten gebaseerd:

  • Het versterken van de landschappelijke kwaliteit van de regio;
  • Een toekomstbestendig efficiënt netwerk van hoogspanningsleidingen en verdeelstations;
  • Duidelijk gedefinieerde integrale gebiedsontwikkelingen in hubs, waar meerdere opgaven van de regio, als klimaatopgave, landbouwtransitie, mobiliteitsopgave en recreatieopgaven gekoppeld zijn aan de energieopgave; en
  • Het niet-plaatsen van grootschalige energie-opwek in het natuurnetwerk Brabant.

In het ontwikkelscenario staat aangegeven welke gebieden wel én niet geschikt zijn voor de grootschalige opwek van duurzame energie. Zo is duidelijk geworden dat we in delen van de regio geen windmolens kunnen plaatsen vanwege de vliegbasis Gilze-Rijen en Eindhoven Airport. Er zijn situaties die we niet willen, zoals zonnevelden of windparken in het natuurnetwerk Brabant of grote zonneparken op vruchtbare landbouwgrond.

Gebieden waar wel mogelijkheden zijn, noemen we de zoekgebieden. Dat zijn ‘vlekken’ waar we verder onderzoek gaan doen naar de mogelijkheden voor de energietransitie. Het plan overigens meer is dan een energietransitie: het kan ook als hefboom kan werken om andere problematiek op te lossen. Denk daarbij aan het aanleggen van nieuwe bossen, de verbreding van de snelwegen of het versterken van de landbouw. Het idee is bovendien altijd geweest dat de mens en natuur in de regio winnen.  

kaart2

Vragen over de kaart met zoekgebieden

Hoe is het ontwikkelscenario tot stand gekomen?

Aan de totstandkoming van het ontwikkelscenario is een zorgvuldig denkproces vooraf gegaan. Zo zijn de betrokkenen, waaronder gemeenten, Enexis en landschapsarchitecten al sinds april 2019 bezig. Zo is onder meer gekeken naar het landschapsbeleid, de ruimtelijke kwaliteit van herkenbare landschappen, koppelkansen in de regio (zoals klimaatadaptatie, de PAS-problematiek en verstedelijking), beperkingen en randvoorwaarden.

Daarvoor hebben ook een aantal terreinbezoeken, inspiratiedagen, werkateliers en radenavonden plaatsgevonden. Daar kwamen drie denkrichtingen uit voort:
  1. De functie van het landschap is leidend voor het soort opwek en de locatie daarvan.
  2. De huidige energie-infrastructuur is leidend voor het soort opwek en de locatie daarvan.
  3. De lokale gebiedsopgaven zijn leidend voor het soort opwek en de locatie daarvan.
Die drie denkrichtingen hebben elk verschillende gevolgen voor de manier waarop de grootschalige opwek van duurzame energie wordt ingepast in het landschap. De benaderingen samen hebben uiteindelijk geleid tot het voorkeursscenario, dat dus uit een combinatie van deze drie denkrichtingen bestaat.

Hoe vast zijn de plannen al? Wat wordt er eventueel nog veranderd?

De huidige plannen zijn onderdeel van een zogenaamd ontwikkelscenario, waarin is gekeken naar de mogelijkheden, beperkingen en wensen binnen onze regio. Dat heeft geleid tot een redelijk abstracte kaart met zoekgebieden. De komende maanden worden de mogelijkheden binnen die zoekgebieden verder onderzocht. Dat betekent dat de plannen nog kunnen wijzigen. Dit zal echter vooral een verdere uitwerking zijn op basis van de huidige kaders.

Wat zijn de clusters en hubs in het ontwikkelscenario?

We zetten in onze regio in op clusters. Dat betekent dat -bijvoorbeeld- windmolens niet verspreid over het landschap geplaatst worden, maar in groepjes (clusters) bij elkaar geplaatst worden. Waar die clusters precies terecht komen en hoe groot ze worden, dat is nog niet bekend.

De locaties waar we clusters van wind- of zonne-energie willen plaatsen, worden energiehubs (of kort gezegd hubs). Dat zijn locaties waar mogelijkheden voor klimaat, recreatie, warmte, mobiliteit, energieopslag en energiedistributie samen komen. Door de verschillende opgaven die we naast de energieopgave hebben te combineren, kunnen we locaties creëren waar mens, natuur én milieu voordeel van hebben.

Wat betekenen de zoekgebieden (niet)?

De zoekgebieden zijn het resultaat van een zorgvuldig proces (zie de vraag hierboven), waarbij is gekeken naar de beperkingen, randvoorwaarden, mogelijkheden en wensen. Daaruit zijn een aantal gebieden naar voren gekomen die verder onderzocht gaan worden waar kansen liggen voor de grootschalige opwek van duurzame energie.

Het staat dus zeker nog niet vast dat in de zoekgebieden wind- of zonneparken terechtkomen, laat staan waar precies. Het verder uitwerken van het ontwikkelscenario en invullen van de zoekgebieden zijn een volgende stap in het proces.

Op welke gemeenten heeft de REKS de meeste impact?

De plannen in de REKS hebben invloed op alle gemeenten, omdat we hebben gekeken naar balans in de regio, waarbij elke gemeente een reële en realistische bijdrage levert. Omdat de ruimtelijke kwaliteit van ons landschap bepalend is en de mogelijkheden en beperkingen per gemeente verschillen, zijn de concrete gevolgen voor iedere gemeente echter anders. Daarbij kent de transitie geen gemeentegrenzen. Wat in de ene gemeente gebeurt, heeft ook invloed op buurgemeenten. Zo delen we de lasten én de lusten.

Wat betekent de kaart voor zon op dak?

De kaart gaat over de zogenaamde ‘grootschalige opwek’ van duurzame energie, oftewel: windmolens en zonneparken. We gaan daarbij uit van 30 tot 50 windmolens in de regio en op een aantal locaties zonneparken. Om tot de benodigde 1 miljard kilowattuur te komen, moeten we ook zon op nieuwe en bestaande daken van bedrijven(terreinen) plaatsen. Dit is dus een voorwaarde die niet op deze kaart terugkomt, maar waar we sowieso ook mee aan de slag moeten.

Wat betekent de REKS voor lokale initiatieven?

De plannen in het REKS-bod gaan over de grootschalige opwek, en bijvoorbeeld niet over zonnepanelen op (bedrijfs)daken. Dat moeten we namelijk sowieso doen. Ook lokale initiatieven, kleinschalig of groter, juichen we van harte toe. Toch is dat niet genoeg om aan de opgave van 1 terawattuur te voldoen. Daarom is binnen de REKS gekeken naar wat er extra nodig is om in 2030 aan de energievraag te voldoen.

Hoe ziet het verdere proces er uit?

Op 12 februari is het ontwikkelscenario gepresenteerd aan de raadsleden tijdens een radenavond. In maart begint het (lokale) besluitvormingstraject voor het concept-bod REKS dat in juni naar het rijk wordt gestuurd. Daarin is ook het ontwikkelscenario opgenomen.

In de komende maanden wordt het scenario daarnaast verder onderzocht en uitgewerkt. De zoekgebieden worden dan langzaamaan specifieker. Zodra de randvoorwaarden en ideeën voldoende zijn uitgewerkt, worden ook inwoners uitgenodigd om een bijdrage te leveren.

In 2021 zal de REKS definitief worden vastgesteld en start de verwerking in het omgevingsbeleid, zodat de plannen vanaf 2025 uitgevoerd kunnen gaan worden.

Inspraak en participatie

De komende maanden worden de kansen op de kaart verder onderzocht en uitgewerkt. Iedere gemeente gaat daarom ook aan de slag met bewoners en gebruikers van die gebieden. Zo werken we sámen aan een duurzame, mooie en toekomstbestendige regio en landschap.

Vragen over inspraak en participatie

Wat is de rol van inwoners binnen REKS?

Allereerst worden de inwoners vertegenwoordigd door de gemeenteraadsleden, gedeputeerden van de provincie en de algemene bestuursleden van de waterschappen. Zij moeten uiteindelijk in meerderheid akkoord gaan met de plannen.

Daarbij worden inwoners ook zelf betrokken bij de REKS. Zodra de kaders van de REKS bekend zijn, geven de gemeenten hier op hun eigen manier invulling in. Dat kan allereerst door inwoners te informeren (bijvoorbeeld via de website en sociale media), maar ook door inwoners actief te betrekken of laten participeren.

Wat betekent de kaart met kansen voor wind- en zonne-energie voor inwoners?

De energietransitie gaat hoe dan ook invloed hebben op de leefomgeving van onze inwoners. Daar kunnen we niet omheen. Toch proberen we de gevolgen behapbaar te houden. Zo zijn er wettelijke normen voor de minimale afstand van windmolens tot woningen. We kijken ook hoe we het landschap kunnen laten winnen, dus we maken de transitie zo aantrekkelijk mogelijk. Tot slot gaan we onze inwoners ook actief betrekken bij de REKS, waarmee ook zij invloed hebben op de uitvoering van de plannen uit het bod, kunnen participeren en dus ook de vruchten kunnen plukken van de transitie.

Wanneer en hoe worden inwoners betrokken bij de plannen?

Het ontwikkelscenario vormt een eerste uitwerking van de regionale energiestrategie. In de komende maanden worden de plannen uit het ontwikkelscenario verder onderzocht en uitgewerkt. Zodra de randvoorwaarden en ideeën voldoende zijn uitgewerkt, kunnen ook inwoners een bijdrage gaan leveren aan de verdere ontwikkeling van het scenario en -op termijn- de uitvoering daarvan. Dit is belangrijk voor het draagvlak, vooral ook omdat inwoners ook de gevolgen van de transitie gaan ondervinden in hun werk- en leefomgeving.

Zijn er ook nog inspraakmomenten?

Er komt geen formeel inspraakmoment voor het REKS-bod. Maar de locaties die worden ontwikkeld krijgen dit wel. Hiervoor moet immers het bestemmingsplan worden gewijzigd en moeten vergunningen worden aangevraagd. Hiervoor gelden de wettelijke inspraakrondes.

Meer weten?

Over de REKS worden regelmatig updates gedeeld. Je kunt je op deze pagina aanmelden voor de nieuwsbrief. Eerdere updates kun je teruglezen op deze pagina.

Wil je meer informatie over de REKS? Neem dan contact op met Paul van Dijk, procesregisseur REKS namens Regio Hart van Brabant. E-mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..