Met de gemeenteraadsverkiezingen achter de rug blikt Regio Hart van Brabant-directeur Frank van Mil terug op de afgelopen vier jaar. Ook kijkt hij vooruit naar de bestuursperiode die komen gaat. “De introductie van de kernagenda heeft onze samenwerking effectiever gemaakt. Die manier van werken bouwen we nu verder uit. Geen rigoureuze koerswijziging dus, want het wiel is al uitgevonden. Het moet enkel harder gaan draaien en tot een aantal scherpe keuzes leiden.”
De ingebruikname van ‘de kernagenda’ vier jaar geleden was best een zoektocht, aldus Frank. “Want de focus verschoof ermee van het formuleren van grootse ambities naar de vraag ‘wat gaan we precies doen?’ Dat ‘kleiner maken’ maakte de samenwerking doeltreffender en zorgde dat we meer aan de ambities van de samenwerkende gemeenten bijdroegen.”
Hoogtepunten
In de afgelopen bestuursperiode gebeurde een hoop. “Zo is er tegenwoordig meer duidelijkheid binnen de samenwerking over wat we doen en hoe we dat doen. Dit onder meer doordat we raadsleden actiever bij onze werkzaamheden betrekken. Via nieuwsbrieven, radenavonden en de speciaal ingestelde regionale adviescommissie (RAC) bijvoorbeeld.” Ook zijn de lijnen tussen Midpoint Brabant en Regio Hart van Brabant helderder beschreven en georganiseerd. En de verenigde vergadering rond jeugdhulp was een wezenlijk moment, zo blikt Frank terug.
Die verenigde vergadering was meteen ook een van zijn hoogtepunten, zo geeft hij aan. “Niet alleen vanwege de organisatie. Vooral door de inhoud. Raadsleden traden met collega’s uit andere gemeenten in gesprek over de jeugdhulp. Zó’n belangrijk onderwerp voor onze inwoners, maar ook complex en gevoelig. Het gesprek werd open en waardevol. Je merkte dat daar behoefte aan was.”
Daarnaast staat de SRBT-radenavond hem meteen bij. “Met landkaarten op tafel bogen we ons samen met raadsleden letterlijk én figuurlijk over de kansen voor de leefomgeving van hun gemeenten en de regio. Het aantal aanwezigen was beperkt, maar het enthousiasme groot.” Ook de AB-brief halverwege de bestuursperiode benoemt hij als piek. “Die kwam voort uit een positieve energie en niet uit een crisis of verplichting. Er was een sterk gevoel dat we goed bezig waren, en dat wilde het AB aan de raden overbrengen. In de halverwegebrief werd van alle drie onze domeinen kort beschreven waar we ten aanzien van de kernagenda stonden.”
Vooruitkijken
Wat de toekomst betreft wil Frank vooral inzetten op verdere aanscherping van de ontwikkelde werkwijze. “Aan de regiotafels moet gebeuren wat nodig is om raden en colleges hun rol ‘thuis’ goed te laten vervullen. Uiteindelijk blijven het toch zelfstandige gemeenten.” Hoe de regio en de eigen colleges goed verbonden blijven, vraagt overigens aandacht van iedereen, aldus de directeur. “Van ambtenaar tot raadslid. De zachtere kant van de samenwerking kan immers nog verbeterd worden.”
Zelf kijkt hij erg uit naar de periode na de verkiezingen. “Het is een uitdaging om de ingezette voortgang te bewaken en tegelijkertijd nieuwe wethouders de ruimte te geven om eigen keuzes te maken. Het overdrachtsdocument zal daarbij uitkomst bieden. We zullen bovendien stevige keuzes moeten maken over onze samenwerking in zowel het sociaal en fysiek als het economisch domein. Vier jaar geleden was het voor mij nog zoeken en improviseren. Nu gaan we echt profiteren van het fundament dat is gelegd.”















