De inkoop bij jeugd is in 5 segmenten georganiseerd: hoog specialistische zorg (segment 1), wonen (segment 2), dagbegeleiding (segment 3), veelvoorkomende zorg (segment 4) en crisisopvang (segment 5). Argument hiervoor was de complexiteit, de verschillen tussen type aanbieders en verschillen in vragen. In tegenstelling tot de Wmo is er dus niet 1 partij die verantwoordelijk is voor de hulp en ondersteuning aan jeugdigen, maar diverse partijen. Daarnaast is er binnen Jeugd ook een aantal landelijke ontwikkelingen (b.v. de hervormingsagenda en de eis om tot ‘stevige lokale teams’ te komen) die impact hebben op de wijze waarop de transformatie vorm krijgt. Dit leidt, vooruitlopend op de uitkomsten van de evaluatie, al tot een aantal observaties in de eerste periode van de nieuwe inkoop.
- Jeugd kent een grote mate van complexiteit
Waar de Wmo als hulpvorm begeleiding (in allerlei vormen) betreft, is bij jeugdhulp ook behandeling onderdeel van de te leveren hulp. De verwijzing vindt niet alleen plaats door de gemeentelijke toegang, maar ook door het medisch domein (waaronder huisartsen) en gecertificeerde instellingen. Bij complexe problemen (in het gezin) is er ook een samenhang met andere domeinen zoals de zorgverzekering, de Wmo, schuldhulpverlening, etc. Ook hebben landelijke ontwikkelingen zoals de hervormingsagenda Jeugd, de afbouw van gesloten jeugdzorg en het integraal zorgakkoord (IZA) impact op de transformatieopgaven.
- De segmentering leidt tot meer overzicht en betere afspraken
Doel van de segmentering was te komen tot een overzichtelijker zorgveld en om per segment betere afspraken met aanbieders te kunnen maken. Hierbij is gesteld dat de segmentering een tijdelijk karakter heeft, omdat de hervormingsagenda Jeugd vraagt om een ombouw van de toegangen en de sociale basis, zodat hier een deel van de voorkomende hulp gaat plaatsvinden. De segmentering leidt tot meer overzicht en betere afspraken, maar het managen van de uitdagingen als gevolg van de segmentering vraagt meer tijd en zorgvuldigheid.
- We zien dat de gestelde besparingen nog niet haalbaar zijn
In 2023 zien we dat de stijging van de zorgkosten ten opzichte van het voorgaand jaar minder hoog is (8,6%) dan de stijging van de zorgkosten van 2022 t.o.v. 2021 (11,2%). Echter we zien dat het aantal jeugdigen dat hulp nodig heeft stabiliseert, maar de kosten per jeugdige stijgen. In segment 4 zien we dat het aantal cliënten daalt, maar dat de kosten per jeugdigen ook stijgen. Met name in segment 1 zijn de kosten substantieel hoger dan verwacht. Op dit moment zijn we – mede in het kader van de evaluatie en het signaal van Crossroads- aan het onderzoeken waar dat precies aan ligt en welke maatregelen we moeten treffen om ervoor te zorgen dat de kosten niet nog meer stijgen[1]. Hierbij kijken we naar standcijfers, maar ook naar de ontwikkelopgaven. Het is belangrijk de beschikbare informatie zorgvuldig op een rijtje te zetten om tot de juiste vervolgacties te komen. Doel is de analyse voor de zomervakantie af te ronden om na de zomer de juiste acties uit te kunnen zetten.
Meer informatie: Rahima Mejres, rahima.mejres@tilburg.nl en Erik Tenneij, erik.tenneij@tilburg.nl
[1] De stijging van de kosten voor Jeugdzorg is duidelijk een landelijke trend, zoals recent ook uitgebreid in het nieuws is geweest.















