Een belangrijk onderdeel van de Regionale Energie- en Kimaatstrategie (REKS) is de ruimtelijke inpassing van de energie- en klimaatopgave, een taak waar Esther Kruit en Mariëlle Kok van Kruit Kok Landschapsarchitecten zich, samen met Rho en Dominic Tegelbeckers, over buigen. "Samen werken we aan het landschap voor de komende eeuw. Laten we daar trots op zijn!"

Ik spreek Esther en Mariëlle op hun kantoor in het SWA-gebouw op Strijp-S. Esther: “We willen voor Hart van Brabant een gebiedseigen energiemix ontwikkelen die recht doet aan de kwaliteit van het landschap en waar de mensen zich mee kunnen identificeren en associëren. Dat ze trots kunnen zeggen: ‘dit hoort bij ons landschap!’” Met die missie hebben ze het maar druk. Tijdens het gesprek moet Mariëlle regelmatig in de stapel mappen op zoek naar tekeningen. Ik begin te snappen waarom in bij hun op kantoor ben uitgenodigd.

Van zoekgebied naar ruimtelijke inpassing
Dat ze het druk hebben is niet vreemd, want nog voor de zomer van 2020 moet er een concept-bod bij het Rijk liggen. Mariëlle: “Er is niet veel tijd meer, want dan moet het plan uitgekristalliseerd zijn. Daarin staan de randvoorwaarden en richtlijnen en formuleren we zoekgebieden. We moeten daarbij nog een paar slagen maken, maar de fundering voor windenergie is gelegd. Voor zon gaan we nu gezamelijk een ruimtelijk kader ontwikkelen, met het idee dat we zo min mogelijk grondgebonden willen hebben.”

De ruimtelijke inpassing, dus hoe de windmolens en zonnevelden neergezet worden, komt pas daarna. Esther: “Daar zijn de gemeenten aan zet, maar bijvoorbeeld ook energiecoöperaties en boerencoöperaties. Je moet ook op locatie goed onderzoek doen en de dialoog met de omgeving aangaan. Voordat de windmolens en zonneparken er staan ben je dus wel weer even verder. Maar als we goede gebiedsontwikkelingen kunnen definiëren door met verschillende partijen samen te werken, dan kan je tot een optimale situatie voor iedereen komen.”

Fact of life
Dat het landschap gaat veranderen, is volgens Mariëlle een fact of life: “Het gaat gebeuren, maar we moeten het wel goed doen. Dat wringt, want we moeten ook haast maken als we voor 2030 iets voor elkaar willen krijgen. We moeten de energietransitie uiteindelijk incorporeren in ons leven, zodat het straks normaal is dat je overal energie opwekt. Geen betonnen geluidswal meer, maar eentje met zonnepanelen.”

Ik vraag haar of we eigenlijk niet te laat zijn. Mariëlle: “We zijn er in Nederland helemaal nog niet klaar voor. We zitten met een netwerkstructuur uit de 20ste eeuw en 21ste eeuwse problematiek, en dat verander je niet zomaar. We voelen daarom een enorme urgentie om hiermee aan de slag te gaan.”

Ontdekkingstocht
Gelukkig zien ze een omslag ontstaan in het traject. Esther: “In het begin waren de wethouders afwachtend en terughoudend, en nu draait de mindset naar pro-actief en zeggen ze: ‘wij willen ook wel windmolens’.” Mariëlle vult haar aan: “De zuidelijke gemeenten maken zich nu ook oprecht druk dat hun netwerkaansluitingen niet op orde zijn. Die moeten wellicht nee verkopen aan iedereen met goede initiatieven, terwijl ze wel willen. Dat had ik een half jaar geleden niet verwacht, en dat hebben we dus mooi al bereikt.”

Sowieso is het hele REKS-traject eigenlijk een ontdekkingstocht, voor gemeenten, maar ook voor Esther en Mariëlle: “We doen een ontwerpend onderzoek. Iedereen is zoekende, en wij nemen daarin het voortouw. Tussen de oogharen door zien we vaak wel welke kant het opgaat, maar we wisten bijvoorbeeld niet wat de inhoud van de scenario’s zouden worden. Het enige dat we uit ervaring weten, is dat je altijd op een oplossing voor het vraagstuk uitkomt.”

Samen werken aan nieuwe gebieden
We moeten de energietransitie volgens Mariëlle vooral als een nieuwe gebiedsontwikkeling ziet: “Niet alleen een paar molens of panelen plaatsen, maar kijken wat je verder kan met zo’n gebied en het een nieuwe identiteit geven. ” Esther: “Met Waalwijk zijn we als oefening nu aan te kijken hoe we dat kunnen vormgeven. We hebben gezegd dat we hubs willen, knooppunten die energie opwekken, vasthouden en omvormen van warmte naar elektriciteit en omgekeerd, plus andere kansen meekopppelen zoals waterberging, natuurontwikkeling of recreatie. Daar komen dan ook energievragende of -leverende bedrijven terecht.”

Daarvoor moet je soms wel je grenzen verleggen en over de grenzen heen kijken. Als voorbeeld noemt Mariëlle de Baast: “Dat ligt op de grens van vier gemeenten, maar als je samen nadenkt over de kwaliteiten van die plek en kijkt wat het in een groter verband voor de regio kan betekenen, dan is er zo veel mogelijk naast de energieopgave.”

Informatieachterstand
Wat lastig is, is dat er nog weinig onderzoek is gedaan naar de thema’s die nu spelen. Mariëlle: “Bijvoorbeeld over de invloed van windmolens op weidevogels. Er zijn wel onderzoeken, maar die zijn nog niet afgerond. Door die informatieachterstand kom je in het ontwerpproces soms niet verder, terwijl we er eigenlijk niet op kunnen wachten.”

Mariëlle beaamt overigens dat windmolens effect kunnen hebben op vogeltrek, maar daar zijn ook oplossingen voor. “Als in West-Brabant via infrarood een zeearend gesignaleerd is, dan worden de windmolens stilgezet. We moeten afpellen wat wel en niet mogelijk is, maar dat is lastig als het nog niet volledig wetenschappelijk onderbouwd is.”

De K van klimaat
Mariëlle en Esther zijn blij dat ook de klimaatopgave onderdeel is van de REKS, omdat het zo gelijk kan worden meegenomen in de gebiedsontwikkeling. “Het klimaat kan een vehikel zijn, maar we moeten de dingen nog wel goed aan elkaar koppelen. Ze zijn nu bezig met klimaatstresstesten om te kijken waar de opgaven precies zitten, en dan hopen we dat het aansluit op de visie die er nu ligt.”

Door de energietransitie en klimaatmaatregelen te koppelen en te verankeren in de politieke besluitvorming, kan je volgens de landschapsarchitecten grote gebiedsveranderingen in gang zetten. Esther: “Andere regio’s beginnen dat nu pas in te zien omdat het ook een kans is. Wij zitten al dieper in de materie, de problematiek en draagkracht van het gebied. Daar moeten we blij mee zijn!”

Een andere conclusie is dat er rondom steden verkoelende buffers moeten komen met groengebieden. Zogenaamde dorps- of stadsbossen, die je zou kunnen combineren met energiehubs. Dat idee sluit aan op het integrale verhaal dat Esther en Mariëlle willen vertellen. Esther: “Je kunt natuurlijk per thema communiceren over alleen maar wind of alleen maar zon, maar het gaat ons er juist om dat we het hebben over de kwaliteiten van de hele regio."

Politieke dieren
In het hele proces richten de twee zich vooral op de inhoud. Mariëlle: “Je moet niet een landschapsarchitect het politieke spel laten spelen. Wij werken aan de inhoud, en anderen vertalen dat voor de politiek.” Esther: “We hebben inmiddels wel genoeg ervaring om te weten op welk moment we iets het beste kunnen laten zien. Dan hebben we het in ons hoofd nog niet uitgetekend, maar we zijn in ons hoofd al drie stappen verder. Dat moet ook, anders kun je niet anticiperen. ”

Toch zijn ze blij dat de politiek wel vanaf het begin actief is betrokken bij het proces. Mariëlle: “Het heeft ons inhoudelijk gestuurd en we hebben de input kunnen meenemen in de randvoorwaarden en denkrichtingen. Dan wordt het niet achteraf naar de tekentafel teruggestuurd met ‘schrap dit maar, pas dat maar aan’. Als je het politieke participatieproces nog moet beginnen, zoals nu bij andere regio’s gebeurt, dan loop je.”

Participatie en draagvlak
Ook de inwoners moeten uiteindelijk betrokken gaan worden. Dat gebeurt al wel via bijvoorbeeld politici en energiecafés, maar dat richt zich nog vooral op hoogbetrokkenen. Verwijzend naar de weerstand die mogelijk ontstaat geven de twee aan dat participatie heel belangrijk is.

Esther: “We willen echt iets willen maken voor de mensen in Hart van Brabant. De energieopwekking wordt weer zichtbaar in het landschap. Dat is wennen, maar als we het uitleggen dat een cluster windmolens op een beplaade locatie staat omdat het daar het beste in het landschap past, dan hoop je dat dat beter geaccepteerd wordt.”

Trots op de regio
We besluiten het gesprek met de vraag of er nog iets dat de twee graag genoemd willen hebben? “Zeker,” zeggen ze in koor. Mariëlle: “Laten we met z’n allen trots zijn op onze regio en het samen met elkaar ontwerpen. Het gaat namelijk om meer dan energie winnen, het is het landschap voor de komende eeuw weer op orde krijgen.”

Esther: “Als er een positieve vibe ontstaat, dan is heel veel mogelijk. Denk ook aan Spinder, dat is heel snel gegaan omdat veel partijen er hun schouders onder hebben gezet. Het is gedragen door veel enthousiastelingen. Dat geeft een positieve houding en een gevoel van trots. Ons doel is om dat met dit plan ook te bereiken. Daar werken we voor en dat komt goed.

Meer weten?
Over de REKS worden regelmatig updates gedeeld. Je kunt je op deze pagina aanmelden voor de nieuwsbrief. Daarnaast staat er meer informatie over de REKS op de website van Regio Hart van Brabant >

Credits foto: VanBerkel.studio