De route naar een Stevig Lokaal Team is in de drie samenwerkende gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze-Rijen (ABG) gestart met het gesprek met partners in de gemeente(n) die ook zelf een toegang naar ondersteuning vormen voor inwoners. In het gesprek met bijvoorbeeld het onderwijs, de huisartsen, de dorpsteams en de GGD ontstond een gemeenschappelijke visie op het vormen van een stevig lokaal netwerk.
Minder individu meer gemeenschap
‘Het gesprek met de partners zijn we open ingegaan,’ vertellen Marleen Loots en Josine Keulers (kartrekkers SLT ABG). ‘We zijn gestart met de vraag wat zij zien in de praktijk: wat gaat er niet goed, wat kan er beter? In het gesprek ontstond al snel een gedeeld beeld. De rode draad: we moeten ons minder richten op het individu en meer op de gemeenschap. Maak die sterker — dan help je ook het individu en realiseer je duurzamere oplossingen.’
De bedoeling moet door iedereen gedragen worden, we hebben allemaal een stukje van de puzzel.
Het echt samen doen
‘We constateerden dat we als partners samen – vanuit ieders eigen rol, verantwoordelijkheid, kennis en kunde – al heel veel in huis hebben’, vertellen Marleen en Josine. ‘De huidige inrichting is echter te versnipperd. Het gaat erom van alle onderdelen één geheel te maken, om meer samenhang en synergie in de uitvoering te brengen. Een tweede belangrijke opbrengst was de brede consensus over het feit dat alle betrokken partijen een rol hebben. Dan is het ook best wel even slikken als je merkt dat de gemeenten zelf nog behoorlijk verkokerd werken. Het geeft soms wat ongemak in dit nieuwe speelveld en de bijbehorende spelregels. Daarbij zijn alle partners cruciaal, en heb je als gemeente niet vanzelf de leiding. Heel belangrijk is dat onze afdeling sociaal intensief heeft meegedaan in dit gesprek en zelf ook overtuigd is van de gekozen richting. Zij kijken ernaar uit om met de uitvoering aan de slag te gaan.’
We hebben van alle onderdelen echt één geheel te maken.
Start bij de inwoner
Alle gesprekken en het enthousiasme leiden dit najaar tot een aanpak die bij de inwoner begint. Die inwoner is natuurlijk ook divers. Het gaat om kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen, maar ook om de context waarin zij leven: gezin, buurt, familie.
Op een aantal plaatsen starten we met netwerksamenwerking. Een netwerkteam, samengesteld vanuit de partners, krijgt de ruimte om een aanpak te kiezen die past bij de omgeving waarin zij werken. Bijvoorbeeld een team op een kindcentrum, waar kinderwerk, school/interne begeleider, schoolmaatschappelijk werk en jeugdzorg samen de ondersteuning bieden aan kinderen en opvoeders. Dit team vormt dan een sterke schakel tussen het informele domein, de sociale basis en aanvullende expertise vanuit zorg en onderwijs. Of een samenwerkingsafspraak tussen huisarts, POH, wijkverpleegkundige en sociaal werker, die er samen voor zorgen dat ze zoveel mogelijk de gemeenschap benutten en niet meer zorg inzetten dan nodig is.
De start voor elk team is het gesprek met de inwoners: Wat is er al en waar kunnen we bij aansluiten? Wat is er aanvullend nodig en hoe kunnen we dat organiseren? Op het resultaat van deze gesprekken bouwt het netwerkteam de ondersteuning. ‘Na deze eerste netwerken bouwen we vervolgnetwerken in de gemeenten, en daarna verbinden we alle netwerken. Zo bouwen we, vanuit contacten met de inwoners en samen met onze partners, een Stevig Lokaal Netwerk dat in de praktijk het Stevige Lokale Team vormt. Daar kan de inwoner terecht met zijn vragen, en bieden of organiseren we de benodigde ondersteuning. Welke expertise waar dan nodig is — en hoeveel precies — ontdekken we in de praktijk. Wij vinden het cruciaal dit in de praktijk vorm te geven, om te voorkomen dat we alleen bestaande taken en rollen verplaatsen vanuit het professionele perspectief,’ vertelt Marleen.
We moeten eerst een stevige basis met elkaar neerzetten.
Leren in de praktijk
‘De aanpak is nieuw, en we weten natuurlijk niet precies wat er gaat gebeuren,’ vult Josine aan. ‘Daarom investeren we ook in leren en ontwikkelen. Elk netwerkteam gaat ervaringen opdoen, en het is belangrijk deze te delen om allemaal verder te komen. Daar gaan we dan ook actief mee aan de slag — liefst niet alleen binnen de ABG-gemeenten, maar ook met onze collega’s van de andere samenwerkende gemeenten in de regio.’
Voor meer informatie, neem contact op met Marleen Loots.
Er zijn veel organisaties werkzaam in het sociaal domein. In dit ABG-proces zijn de volgende organisaties betrokken: kinderopvang, onderwijs (primair, voortgezet en regionaal samenwerkingsverband onderwijs (Breda e.o)), huisartsen, GGD (Hart van Brabant en West-Brabant), thuiszorg, basisondersteuning/dorpsteams, gemeenten (ABG organisatie, beleid en uitvoering). Procesbegeleiding is in handen van QApubliek.















