Het nationale programma Geweld Hoort Nergens Thuis heeft de opdracht om huiselijk geweld en kindermishandeling eerder in beeld te brengen en daarna te stoppen en duurzaam op te lossen. Dit is een complex vraagstuk dat niet zomaar op te lossen is. Daarom is het ook een meerjarig programma. Er is daarbij aandacht voor speciale doelgroepen. Het is nodig om met elkaar een veilig netwerk te vormen rondom de slachtoffers, plegers en hun omgeving.

Op 13 april 2020 is Mattias Gijsbertsen gestart als programmadirecteur. In zijn vorige functie, als wethouder in Groningen, had hij al onder andere het sociaal domein, zorg, veiligheid en jeugd in zijn portefeuille. Wij stelden hem zes vragen over zijn start in deze nieuwe rol.

U bent nu een maand bezig, hoe waren uw eerste ervaringen als programmadirecteur?
Die waren goed, ik ben gestart met een kwalitatief sterk team met een goede connectie met de regionale projectleiders. Dat is een hele goede basis om aan de slag te gaan met de doelen van het programma.

“Er gebeurt landelijk enorm veel op het gebied van zorg en veiligheid. Het is een mooie uitdaging om te zorgen dat dit op een goede manier bij elkaar komt.”

Wat was uw drive juist voor deze post?
Vanaf mijn start in de functie van wethouder zijn huiselijk geweld en kindermishandeling belangrijke thema’s geweest. Als gemeente heb je een grote verantwoordelijkheid voor de veiligheid van je gezinnen en het is een complexe opgave. Ik ben er altijd veel mee bezig geweest, onder andere in de tijd van de decentralisaties. In deze nieuwe functie mag ik landelijk met dit thema aan de slag en dan van buiten de politiek.

Waarom is het zo belangrijk dat de pilotcentra huiselijk geweld van start zijn gegaan?
Om huiselijk geweld en kindermishandeling op te lossen, heb je iedereen nodig: school, kinderopvang, buren maar natuurlijk ook de hele zorg- en veiligheidsketen. De samenwerking tussen zorg- en veiligheidspartijen is niet vanzelfsprekend. Ze hebben allemaal eigen structuren, financieringsconstructies en prioriteiten. Natuurlijk allemaal met de bedoeling om de situatie beter te maken. Maar we hebben gemerkt dat een andere aanpak nodig is.

Die aanpak vraagt een collectieve blik: wat is er nodig en in welke volgorde? Huiselijk geweld is een complex probleem dat vaak raakt aan allerlei andere problematiek. Voor je het weet ben je alles tegelijk aan het oplossen en verlies je het veiligheidsaspect uit het oog. Terwijl je moet starten met de veiligheid in een gezin.

De bedoeling van de centra is om die samenwerking tot stand brengen en daarnaast om alle aspecten van hulp, zorg en veiligheid bij elkaar te brengen. Zo vormen we één ingang voor iedereen die met ernstig huiselijk geweld te maken krijgt. En daarnaast natuurlijk dat we leren van de pilots: hoe doe je dat op een slimme manier die ook aansluit bij de regionale praktijk?

Wanneer is de pilot in uw ogen geslaagd?
Als we een goede samenwerking bereiken waarbij we in acute situaties kunnen handelen, maar ook direct de goede stappen kunnen doorlopen om geweld structureel op te lossen.

Ik zou over 1,5 jaar graag zien dat het hulpproces niet alleen voor betrokken organisaties maar vooral ook voor slachtoffers overzichtelijk is: dat helder is waar ze hulp kunnen krijgen en hoe dat eruitziet, dat ze hun verhaal maar één keer hoeven doen, een eigen plannen hebben voor de komende jaren en goed door het proces worden geleid. Kortom, dat ook de voorkant is ingericht.

En ik zet me er natuurlijk vol voor in dat de rest van Nederland aan het einde van de pilot voordeel kan hebben van de ervaringen die we hebben opgedaan. En tot slot: dat de pilot een vervolg krijgt.

Elke regio pakt de pilot net weer anders aan. Kunt u al iets zeggen over de ontwikkeling van het centrum in onze regio?
In de regio Hart van Brabant zijn jaren geleden al de eerste stappen gezet in de samenwerking en de ontwikkeling van de aanpak, door het zorg- en veiligheidshuis.

“Door die traditie van samenwerking zie je dat het Centrum zich steeds aan de grenzen begeeft van wat het al kent en dan snel weer nieuwe stappen zet. Dat vind ik echt mooi om te zien. En daardoor kunnen we ook veel van het Centrum in regio Hart van Brabant leren."

Het Centrum is echt al goed bezig. Het Veiligheidsteam werkt al als één team samen, er wordt veel gedaan om de kennis en kwaliteit van professionals verder te versterken. Ervaringsdeskundigen worden betrokken, de politie is goed aangehaakt. De regio is goed op weg.

Kijk, alle pilots werken vanuit dezelfde principes, maar elke regio heeft een eigen basis, eigen problematiek, waardoor elk pilotcentrum de principes vertaalt naar de eigen regionale werkelijkheid. Het lijkt me wel interessant aan het einde van de pilots nog eens te onderzoeken welke overeenkomsten en verschillen er zijn in de ontwikkeling van de pilotcentra. Daar kunnen we alleen maar van leren.

Tot slot: zo halverwege zijn we volop in ontwikkeling. Welk advies wilt u ons meegeven?
Ga aan de slag met manieren waardoor slachtoffers ook zelf echt merken dat de hulp voor hen zichtbaarder, overzichtelijker en prettiger wordt. Maar vooral: blijf met jullie energie volgende stappen zetten.

“Blijf vertellen over de ervaringen die je opdoet met de aanpak en samenwerking. Zo inspireren we de rest van Nederland om ook deze goede stappen te zetten.”