In 2018 is het meerjarenprogramma Geweld Hoort Nergens Thuis opgesteld door het ministerie van VWS, het ministerie van Justitie en Veiligheid en VNG. De doelstellingen van dit programma moeten grotendeels in de regio worden gerealiseerd. In regio Hart van Brabant wordt momenteel gewerkt aan een Centrum Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Nera Jerkovic en Marieke Blanken zijn hierover geïnterviewd door Merel Steinweg, die als blogger op bezoek gaat bij regionale initiatieven die geweld proberen te stoppen. Lees de blog hieronder.

In mijn reis als 'Geweld-Hoort-Nergens-Thuis-blogger' heb ik de afgelopen maanden meerdere regionale initiatieven gezien. Ik heb nieuwe woorden geleerd en heftige verhalen gehoord. Het blijft me raken als ik mensen spreek die uit volle overtuiging het tij willen keren, en huiselijk geweld en kindermishandeling écht duurzaam willen stoppen. Deze week spreek ik Nera Jerkovic (programmamanager Centrum Huiselijk Geweld en Kindermishandeling) en Marieke Blanken (regionaal projectleider Geweld Hoort Nergens Thuis in Hart van Brabant en projectleider Veiligheidsteam), die bevlogen vertellen over de pilot die zij draaien: een nieuw Centrum Huiselijk Geweld en Kindermishandeling in regio Hart van Brabant.

In voorbereiding op ons interview stuurt Nera mij meerdere documenten toe. Ik zet me al schrap, want ik heb het niet zo op complexe beleidsplannen. Maar ik ben blij verrast als ik de plannen open en lees over het nieuwe veiligheidsteam, het expertisecentrum en integrale spoedplein. Duidelijke, heldere taal, geen woord teveel en goed vormgegeven. Als ik Nera en Marieke later in de week spreek, blijkt deze heldere communicatie geen toeval. Het is de rode draad in hun aanpak: “wij willen complexe problemen simpeler maken, dat zien we als een uitdaging.”

En complexe problemen, zoals acuut, ernstig en structureel huiselijk geweld en kindermishandeling, moeten duurzaam stoppen, dat staat vast: “in regio Hart van Brabant zijn veel incidenten, het springt er landelijk echt uit. Sommige gezinnen hebben al 20 hulpverleners om zich heen, maar ondanks deze intensieve hulpverlening stopt het geweld op langere termijn vaak niet. De recidive is hoog, want de hulpverlening is meestal volgtijdelijk georganiseerd en er ontbreekt een gemeenschappelijke kijk vanuit meerdere disciplines”. Marieke is er helder over: “Dit soort complexe problemen kunnen we niet meer oplossen met de structuren die we nu al kennen, we moeten nieuwe structuren bouwen.” Bij die woorden gaan mijn alarmbellen af, naast taaie beleidsplannen heb ik het ook niet zo op ingewikkelde abstracte structuuroplossingen. “Hoe willen jullie dit dan doen?” vraag ik een beetje terughoudend.

Maar dan word ik opnieuw blij verrast. Want ik kom erachter dat Nera en Marieke echt alles simpel en concreet houden. “Vanuit de pilot hebben we één veiligheidsteam waar mensen uit verschillende disciplines zoals, openbaar ministerie, politie, Veilig Thuis, casusregisseurs elkaar écht kennen. En om elkaar te kennen moet je elkaar dagelijks zien. Dus werk je op dezelfde werkplek, onder één dak, eigenlijk heel simpel. Diezelfde concrete houding hebben ze ook ten opzichte van de inzet van expertise: “We moeten veel meer de kennis van ervaringsdeskundigen benutten”, stelt Nera. “Praat niet over maar mét ouders, slachtoffers en daders. Vaak weten ze zelf ook dat er iets moet veranderen en zien juist zij waar de oplossing ligt. Soms is die dichterbij dan wat wij kunnen bedenken.”

Structurele oplossingen vragen dus om een andere manier van werken. Het proces naar deze structuurverandering blijkt wel een zoektocht. “We weten, en zeggen ook hardop, dat wij ook niet precies weten hoe die nieuwe manier van werken er precies uit moet zien. Eigenlijk is het een creatief proces dat we met alle betrokken partijen aangaan. We hebben daarbij de hulp ingeschakeld van de Tilburg University. Zij denken met ons mee over welke organisatievormen het beste passen bij één centrum voor de meest complexe problemen. Wat betekent het voor governance? Hoe zetten we ervaringsdeskundigheid nou effectief in? En wat voor leiderschap is daarbij nodig? Wat we in ieder geval wel al weten, en waar we heel scherp op zijn, is dat de juiste voorwaarden aanwezig moeten zijn om samen te werken. Als je alleen maar aan medewerkers vraagt om het anders te doen, dan wordt het niks.”

En die voorwaarden, dat vraag inspanning van alle spelers. “Daar zit wel heel veel voorwerk in”, vertelt Marieke. “Centrumgemeente Tilburg zet zich bestuurlijk helemaal in voor deze ontwikkeling. Dat is echt heel belangrijk, dat de gemeente op alle niveaus kiest voor deze aanpak. Daar hebben we wel heel erg op ingezet. In eerste instantie was er weerstand om één centrum op te zetten. Lange tijd wilden gemeente Tilburg en andere betrokken partijen zo min mogelijk aparte loketten, zo zagen ze dit centrum ook. Maar nu zien zij ook dat er een groep is die blijft recidiveren, dat de huidige aanpak niet werkt en dat bij een andere aanpak ook één centrum hoort. Daar staan ze nu juist volledig achter. Dat fundament is echt van grote waarde.”

En is dan niks ingewikkeld en abstract? vraag ik ten slotte aan Nera. “Weet je, we weten eigenlijk al heel lang dat de oplossing van complexe problematiek om diversiteit van expertise en inzichten vraagt. Door deze expertises bij elkaar te brengen en samen met het gezin naar oplossingen te zoeken, komt de oplossing dichterbij. Daar geloven wij echt in, daar geloven de betrokken partijen in. Maar hoe we dit dan met elkaar organiseren, dát is de zoektocht en dat is met vlagen wel ingewikkeld. Maar die zoektocht aangaan, en geleerde lessen gelijk in praktijk brengen, dat is hoe we van elkaar leren en hoe we elkaar versterken."