Begin 2018 heeft onderzoeksbureau I&O een cliëntervaringsonderzoek uitgevoerd om inzicht te krijgen in de (effecten van) de jeugdhulp onder cliënten binnen de gemeenten van Regio Hart van Brabant. De belangrijkste resultaten zoals vermeld in het regiorapport lees je hier.

 

  • Cliënten weten hun weg te vinden naar Jeugdhulp
    Net als het jaar ervoor vinden de meeste cliënten in 2017 dat zij de juiste hulp kunnen krijgen en weten waar ze terecht kunnen voor deze hulp. Ook werden de meesten van hen snel geholpen. Hoewel men in wat mindere mate aangeeft dat de hulpverlener zelf gekozen is, is hier bij ruim twee derde toch ruimte voor. Bij het vinden van de juiste hulp speelt de huisarts een belangrijke rol: de helft van de cliënten is doorverwezen door de huisarts naar de huidige hulpverlener. Dit aandeel verschilt tussen de gemeenten. In de regio kwam 42 procent via een andere organisatie terecht bij hulpverleners zoals het wijkteam, de GGD, school, MEE of de Toegang.
  • Ruime meerderheid is positief over de ontvangen ondersteuning
    Net als in 2016 zijn de meeste cliënten goed te spreken over de kwaliteit van de ondersteuning. Vooral de opstelling en de houding waardeert men: cliënten krijgen een respectvolle behandeling en voelen zich serieus genomen. Beslissingen over de hulp worden door hen samen met de cliënt genomen en de hulpverleners zijn goed in staat om de cliënt te helpen. Dit is in alle gemeenten het geval. De waardering is op hetzelfde niveau als een jaar geleden en op een aantal aspecten iets toegenomen. Het minst tevreden is men over de samenwerking tussen de verschillende organisaties en de focus van de hulp, al is bijna driekwart tevreden hierover.
  • Cliënten ervaren de jeugdhulp als nuttig
    Ruim acht op de tien cliënten ervaren positieve effecten door de hulp. De jeugdhulp zorgt er voornamelijk voor dat cliënten zich beter voelen. Ook heeft een meerderheid van de cliënten meer vertrouwen in eigen kunnen, gaat het beter met het gedrag en op school, werk of dagbesteding. Sommige effecten zijn minder groot. Ongeveer een derde besteedt zijn of haar vrije tijd beter. Echter, als er geen of weinig effect zichtbaar is, kan dat komen doordat dit niet primair het gewenste doel is van deze ondersteuning, omdat het te verwachten effect (nog) niet is bereikt of dat zij dit effect niet zien als gevolg van de ondersteuning. Cliënten vinden de jeugdhulp dan ook nuttig, zij geven dit een 7,5 als gemiddeld rapportcijfer. In alle gemeenten is het gemiddelde rapportcijfer niet lager dan een 7,0 en ligt de waardering tussen de 7,9 (Oisterwijk) en 7,2 (Hilvarenbeek).
  • Ouders van cliënten zijn positiever dan jongeren over jeugdhulp
    De ouders van kinderen met jeugdhulp zijn beter te spreken over de ondersteuning dan jongeren. Op alle verschillende aspecten met betrekking tot de kwaliteit van de hulp zijn zij positiever dan jongeren. Zo geeft een op de vijf jongeren aan dat beslissingen over de hulp niet samen worden genomen en is een groter deel van mening dat de hulp niet gericht is op de dingen waar hij/zij goed in zijn, maar op de problemen. Ook over de effecten van jeugdhulp zijn jongeren minder positief; zij zien minder vaak een verbetering en geven voor het nut van hulp een iets lager rapportcijfer (7,2) dan ouders (7,6).

Bron: Regiorapport 2018, samenvatting. Bekijk voor de complete resultaten het Regiorapport 2018.