Het klimaat verandert: het wordt warmer, droger en natter en extreem weer komt vaker voor. Hierdoor krijgen we vaker te maken met wateroverlast en droge en hete zomers. Dat heeft gevolgen voor onze omgeving, gezondheid en economie. Daarom moeten we onze leefomgeving aanpassen aan het veranderende klimaat, zodat het ook in de toekomst prettig wonen en werken blijft in onze regio.

Van RES naar REKS - met de K van klimaat
In de Regionale Energie- en Klimaatstrategie staat hoe wij willen zorgen voor een energieneutrale regio, met respect voor mens en natuur. Daarvoor brengen we in kaart hoe en waar we energie kunnen besparen en duurzaam kunnen opwekken, en welke mogelijkheden er zijn voor het duurzaam verwarmen van onze huizen en bedrijven. Als enige regio in Nederland kijken we daarnaast ook hoe we onze omgeving kunnen aanpassen aan het veranderende klimaat. Daarom hebben wij geen Regionale Energiestrategie (RES), maar een REKS - met de K van klimaat.

Door ook het klimaat mee te nemen in de plannen, kunnen we klimaataanpassingen koppelen aan de energietransitie. Bijvoorbeeld door plekken waar we duurzame energie opwekken met wind en zon te combineren met verkoelende, groene gebieden rondom steden, de dorps- of stadsbossen. Maar ook door zonnevelden te combineren met het opvangen van regenwater of windmolens te plaatsen met daaromheen (nieuw) bos.

Wat is klimaatadaptatie?
Adaptie betekent letterlijk aanpassing. Met klimaatadaptatie bedoelen we het aanpassen van de omgeving aan klimaatverandering. Dat is nodig, want die verandering zorgt bijvoorbeeld voor meer droogte en hitte, maar ook heviger neerslag. Door onze omgeving hieraan aan te passen, zorgen we ervoor dat het ook in de toekomst prettig wonen en werken blijft in onze regio. 

Landelijke interesse in regionale aanpak
Dat Regio Hart van Brabant als enige regio klimaatadaptatie heeft opgenomen in de Regionale Energiestrategie, blijft niet onopgemerkt. Zo is er is veel belangstelling voor hoe we dat aanpakken. Daarom hebben we bijvoorbeeld bij het Nationaal Deltacongres een presentatie gegeven over hoe je de energietransitie en klimaatadaptatie samen oppakt.

Maar hoe pakken we klimaatadaptatie aan? We hebben in de regio verschillende gebieden met eigen kenmerken, van de hoge zandgronden in het zuiden tot de laaggelegen gebieden in het noorden langs de Maas. Als je het gevarieerde landschap wilt aanpassen aan klimaatverandering, dan is het belangrijk om de omgeving en de klimaatrisico’s goed te kennen. Als je de omgeving kent, weet je namelijk ook wat je kunt aanpassen om problemen op te lossen.

Zes gebiedsopgaven
Daarom is een klimaatonderlegger gemaakt, die uitlegt waarom ons landschap eruitziet zoals het eruitziet. Het verklaart wat er op een bepaalde plek gebeurt met het klimaat, bijvoorbeeld waarom er overstromingen zijn of de bodem verdroogt. Daarvoor is gekeken naar allerlei lagen in de ondergrond en aan het oppervlak, maar ook de lucht en windstromen zijn meegenomen.

De onderlegger laat echter niet zien waar je kwetsbaar bent. We hebben daarom ook een stresstest uitgevoerd, waarbij we de risico’s in de regio op overstromingen, wateroverlast, hittestress en verdroging in beeld hebben gebracht. De klimaatonderlegger en stresstest zijn vervolgens geïntegreerd in zes gebiedsopgaven. Dat zijn gebieden met eigen kenmerken en aparte opgaven voor aanpassingen aan het klimaat (zie afbeelding).

De klimaatonderlegger en stresstest zijn hier terug te lezen.

Gebiedsopgaven 

Klimaatdialogen
Voor elke gebiedsopgave vinden nu gesprekken plaats onder leiding van een gebiedstrekker, de klimaatdialogen. Daarbij zijn verschillende partijen betrokken, zoals ondernemers, natuurorganisaties, de land- en tuinbouwsector, waterschappen en gemeenten. Maar ook de Vlaamse gemeente Ravels schuift bijvoorbeeld aan (specifiek voor het brongebied).

In de klimaatdialogen gebeuren drie dingen. Eerst controleren de partijen of de knelpunten die uit de stresstest naar voren kwamen ook kloppen. Dat is nu bijna overal gebeurd. Daarna bepalen ze wat de belangrijkste maatregelen en projecten zijn om mee aan de slag te gaan. We kunnen niet alles doen, dus de maatregelen moeten geprioriteerd worden. Tot slot werken ze de projecten verder uit: wie gaat het project wanneer uitvoeren en wat kost het?

Uitvoeringsagenda
De klimaatdialogen leiden uiteindelijk tot een uitvoeringsagenda: een overzicht van klimaatmaatregelen en -projecten om in de regio mee aan het werk te gaan. Dat overzicht wordt opgenomen in de REKS en moet begin 2021 afgerond zijn.

Voor de financiering wordt onder andere gebruik gemaakt van de landelijke Impulsregeling Klimaatadaptatie, waarbij ongeveer 4 miljoen euro aan de regio wordt toegekend. Dat is maximaal 30% van de financiering van projecten. De overige 70% moet gefinancierd worden door belanghebbende partijen, de provincie en/of de regio. Dat wordt maatwerk voor elk project.

Lokaal en regionaal
In de REKS staan straks dus verschillende klimaatprojecten verspreid over de regio. Naast het regionale plan zijn gemeenten zelf nu ook al bezig met het voeren van klimaatdialogen die moeten leiden tot aanpassingen aan het klimaat. Dat gaat dan bijvoorbeeld over het voorkomen van wateroverlast en het tegengaan van hittestress door het meer groen aan te planten.

Het klimaat en de klimaatproblemen houden echter niet op bij de (gemeente)grens. Daarom is ook een regionale aanpak nodig, bijvoorbeeld als het gaat om water: als de ene gemeente een overschot heeft en de andere een tekort, dan ligt regionale samenwerking voor de hand. Zo hebben maatregelen die we in het brongebied in het zuiden treffen om water vast te houden, ook grote voordelen voor de rest van de regio

Meer weten over de REKS?
Door aanpassingen aan klimaatverandering tegelijk met de energietransitie als regio aan te pakken, zorgen we dus samen voor een klimaatbestendige en energieneutrale omgeving waarin het prettig wonen, werken en recreëren is. Wil je daar meer over lezen? Kijk dan op de website van de REKS.