In Hart van Brabant maken we plannen om meer duurzame energie op te wekken en onze omgeving aan te passen aan klimaatverandering, de Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS). Volgens Berend de Vries is het logisch dat we als regio meewerken aan de internationale klimaatopgave: “Wij hebben de kennis en middelen, dat is niet overal op de wereld zo. Laten we dus het goede voorbeeld geven en als regio ons steentje bijdragen.”

Participatie-ambitie

Berend de Vries is als wethouder in Tilburg en lid van de Stuurgroep REKS betrokken bij de plannen. Bovendien was hij namens de gemeenten deelnemer aan de totstandkoming van het Klimaatakkoord, waar hij meepraatte aan de onderhandelingstafel Elektriciteit. Berend: “Die gesprekken gingen over de vraag waar we 35 terawattuur aan energie duurzaam gaan opwekken, een enorme hoeveelheid. Het is belangrijk dat we daarbij geen nationaal ruimtelijk plan hebben gemaakt waarbij provincies en gemeenten een inkleuroefening mogen doen. Het wordt juist een bottum-up proces vanuit de regio’s.”

Volgens Berend is het logisch dat de lokale overheid die belangrijke rol heeft. Zij staan namelijk het dichtst bij de burger en kunnen met de kennis van de regio het gesprek gaan voeren en de lokale belangen zorgvuldig wegen. Berend: “Dat zorgt voor draagvlak onder inwoners, en je kunt de mensen in de omgeving ook makkelijker mee laten profiteren. Het is een kwestie vertrouwen in gemeenten en provincies, maar we hebben er hard voor gevochten om die rol te krijgen. Eerst zag ik wanhopige gezichten van ‘oh help, wat gaan die gemeenten nu weer doen?’, maar gelukkig krijgen we inmiddels complimenten.”

Goede ervaringen
Bij de REKS in Hart van Brabant is er dus veel ruimte voor inbreng vanuit de omgeving. De afgelopen jaren heeft Berend al aan vergelijkbare participatietrajecten gewerkt. Berend: “We hebben natuurlijk burgerwindpark Spinder, maar ook Fuji, Elho en IFF hebben allemaal eigen windmolens. Die projecten zijn gerealiseerd zonder juridisch gedoe, en dat is best bijzonder. Het heeft daarbij enorm geholpen dat de omgeving goed betrokken is. Dat zorgde voor draagvlak, wat mij betreft de belangrijkste voorwaarde voor het succes.”

Toch zijn bij de REKS tot nu toe vooral organisaties betrokken geweest, en inwoners minder. Berend: “Daarom ben ik blij om te zien tot welk niveau we zijn gegaan in de concept-REKS dat er nu ligt. We hebben gebieden aangeduid waar we een deel van de opgave kunnen realiseren, maar daar zijn we ook gestopt. Het is een richtinggevend document geworden, een visie op hoofdlijnen. Geen blauwdruk dus die uitgevoerd wordt, maar ingevuld. Nu hebben we de plicht om het gesprek met inwoners aan te gaan en die plannen verder uit te werken."

Inwoners betrekken
Daar moeten we volgens Berend nu wel mee aan de slag gaan: “We hebben relatief kort de tijd om de REKS uit te werken, maar ik wil ook niet dat het een haastklus wordt. De tijd die er is wil ik steken in een zorgvuldig proces met ruimte voor omgevingsparticipatie. Daarbij is de boodschap voor de inwoners duidelijk: ‘We hebben een opgave, maar we nog niet precies weten hoe we het gaan doen. En daar willen we nu met u, de inwoner, over gaan praten.’”

De concept-RE(K)S’en die de 30 energieregio’s in Nederland hebben gemaakt, worden door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) doorgerekend. De kritiek die Hart van Brabant daarbij waarschijnlijk gaat krijgen van het PBL, is dat de concept-REKS nog weinig concreet is. Berend: “Mijn antwoord is dan dat dat ook precies de bedoeling is, zodat er ruimte is voor lokale invulling. We moeten geen zekerheid geven door de kaart in te gaan tekenen, maar juist door aan te geven hoe we het proces vormgeven om tot die invulling te komen. Hopelijk het PBL op basis daarvan de conclusie durft te trekken dat het een robuuste visie is met een grote kans dat we de beloofde wind- en zonne-energie gaan realiseren.”

Iedereen profiteert
Het is de bedoeling dat iedereen mee kan profiteren van de energietransitie. In het Klimaatakkoord staat dan ook de ambitie de omgeving 50% eigenaar wordt van wind- en zonneparken. Een hardere afspraak was volgens Berend niet haalbaar op landelijke schaal en met de industrie aan tafel. Berend: “Omgevingsparticipatie is op landelijk niveau heel abstract, terwijl lokale overheden daar dagelijks mee bezig zijn. Daarom kozen we voor een ambitie in plaats van een harde eis, en die is in bijna alle regio’s als basis geaccepteerd.”

Naast de 50% lokaal eigendom is het voor Berend belangrijk dat mensen ook profiteren als ze geen financiële bijdrage kunnen leveren. Berend: “De wind- en zonneparken moeten ook een maatschappelijk nut krijgen in de omgeving. Bijvoorbeeld door de opbrengsten te investeren in een robuust en klimaatbestendig landschap. Als we dat op de goede manier aanpakken, geloof ik er heilig in dat iedereen gaat profiteren.”

De omgeving wint
Volgens de plannen worden er de komende jaren in Hart van Brabant zo’n veertig nieuwe windturbines geplaatst. Er zijn mensen die windmolens niet mooi vinden en ze zien ze als verliespost voor de omgeving. Dat ziet Berend anders: “Tilburg was vroeger de fabrieksschoorstenenhoofdstad van Nederland, en dat vonden we toen maar niets. Nu koesteren we de schoorstenen die er nog staan, net zoals de oude molens in de polders. Bovendien laten de windmolens zien dat we naar een andere tijd gaan. Het draagt ook bij aan een optimistisch gevoel dat we de enorme opgave rondom klimaat en energie aan het creëren zijn. ”

Toch begrijpt Berend dat niet iedereen daar zo naar kijkt: “Het zal nooit 100% zijn, niet iedereen hoeft het er helemaal mee eens te zijn. Daarom willen we in de REKS iets terugdoen voor het landschap, zodat we er uiteindelijk toch allemaal profijt van hebben. We gaan onze stinkende best doen om dat op een zo goed mogelijke manier te doen. Ik ben ervan overtuigd dat we met lokaal eigendom, goede omgevingsparticipatie en aanpassingen aan een leefbare omgeving ook echt iets kunnen teruggeven aan onze inwoners.”

Voor de toekomst
Is hij trots op wat er tot nu toe bereikt is in Hart van Brabant? Berend: “Ik stond onlangs met mijn kinderen op de Kempentoren in het Spoorpark in Tilburg. Dan kun je mooi in de omgeving kijken en zie je de windmolens van Spinder ook staan, waarvan ik symbolisch het eerste aandeel heb gekregen en betaald. Toen ik tegen mijn kinderen zei dat we een heel klein stukje van die windmolens hebben, was hun reactie ‘oké’, waarna ze weer iets anders gingen doen. Het werd geen diepgaand gesprek, maar ik ben trots dat ik met de REKS iets voor hun toekomst kan betekenen.”

Op de vraag of hij nog wensen heeft voor het vervolg van de REKS, heeft hij nog wel een idee: “We hebben de jongerenvertegenwoordigers aan tafel zitten. Daar ben ik al heel blij mee, maar ik heb in het verleden wel eens gefantaseerd dat we aandelen uitgeven aan kinderen in de regio. Dat niet mijn generatie de aandelen krijgt, maar dat we het eigenaarschap alvast overdragen aan de volgende generatie. Dat zou ik mooi vinden, dus laat ik het als suggestie meegeven.”

Meer weten?
Neem contact op met Paul van Dijk, procesregisseur REKS namens Regio Hart van Brabant: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Zie ook de webpagina www.regio-hartvanbrabant.nl/REKS.